Wanneer u problemen ervaart met u netwerk verbinding, controleer dan altijd eerst even of de firmware van de wifi router en uw luidspreker up-to-date is en herstart uw router.


Netwerk instellingen

  • Zorg dat u een unieke netwerknaam instelt. De netwerknaam of SSID (Service Set Identifier) identificeert het wifi netwerk voor gebruikers en andere wifi apparaten. De naam is hoofdlettergevoelig. Als de SSID niet uniek is, krijgen wifi apparaten problemen om het netwerk te identificeren. Hierdoor kunnen apparaten mogelijk geen automatische verbinding maken met het netwerk of maken ze verbinding met andere netwerken die dezelfde SSID hebben. Dit kan er ook toe leiden dat wifi apparaten niet alle routers in uw netwerk gebruiken of niet alle beschikbare frequentiebanden van een router gebruiken.
  • Voor de hoogste prestaties kiest u voor de kanaal keuze de modus 'Automatisch' en laat u de wifi router het beste kanaal selecteren. Als deze modus niet wordt ondersteund door uw wifi router, kiest u een kanaal dat niet wordt gebruikt door andere wifi routers en andere storingsbronnen.
  • Verborgen netwerken zenden hun SSID niet uit via wifi. Deze optie wordt ook wel (ten onrechte) aangeduid als 'gesloten netwerk', en de bijbehorende niet-verborgen status wordt ook wel broadcast genoemd. Zorg dat deze functie is ingesteld op: uitgeschakeld
    Omdat verborgen netwerken hun SSID niet uitzenden, hebben apparaten wellicht meer tijd nodig om ze te vinden. Als een wifi netwerk verborgen is, wil dat niet zeggen dat het beveiligd is, omdat de SSID ook op andere manieren te achterhalen is. U moet altijd de beveiliging inschakelen op uw wifi router.
  • Zorg dat beperkte toegang tot een wifi router tot apparaten met bepaalde MAC-adressen (Media Access Control) is ingesteld op: uitgeschakeld
    Wanneer deze functie is ingeschakeld, kan een gebruiker een lijst met MAC-adressen configureren voor de wifi router om zo de toegang te beperken tot apparaten met een adres dat in de lijst voorkomt. Echter apparaten met MAC-adressen die niet voorkomen in de lijst, kunnen dan geen verbinding maken met het wifi netwerk. MAC-adressen kunnen eenvoudig worden veranderd. Ga er dus niet van uit dat ze ongeoorloofde toegang tot het netwerk verhinderen.
  • Zorg dat WMM is ingeschakeld. WMM (Wi-Fi Multimedia) geeft voorrang aan netwerkverkeer op basis van vier toegangscategorieën: spraak, video, beste inspanning en achtergrond. Bij alle 802.11n- en 802.11ac-toegangspunten moet WMM zijn ingeschakeld in de standaardconfiguratie. Als WMM wordt uitgeschakeld, kunnen er problemen in het gehele netwerk optreden


Wat is de beste kanaal breedte?


2,4 GHz-kanaalbreedte

De kanaalbreedte bepaalt de grootte van de 'pipe' die beschikbaar is om gegevens over te zetten. Bredere kanalen zijn echter gevoeliger voor storing en veroorzaken eerder storing op andere apparaten. Een 40 MHz kanaal wordt soms een breed kanaal genoemd en een 20 MHz-kanaal een smal kanaal.

Zorg ervoor dat u de kanaalbreedte instelt op: 20 MHz

Gebruik 20 MHz-kanalen in de 2,4 GHz-band. Het gebruik van 40 MHz-kanalen in de 2,4 GHz-band kan leiden tot problemen op het gebied van prestaties en betrouwbaarheid van het netwerk, vooral als er andere wifi netwerken en andere 2,4 GHz-apparaten in de buurt zijn. Een 40 MHz-kanaal kan ook storing en problemen veroorzaken met andere apparaten die deze band gebruiken, zoals Bluetooth-apparaten, draadloze telefoons en wifi netwerken in de buurt. Routers die geen 40 MHz-kanalen ondersteunen in de band van 2,4 GHz, ondersteunen wel 20 MHz-kanalen.


5 GHz-kanaalbreedte

De kanaalbreedte bepaalt hoe groot de 'pipe' is die beschikbaar is voor gegevensoverdracht. Bredere kanalen zijn gevoeliger voor storing en veroorzaken eerder storing op andere apparaten. Storing is een minder groot probleem in de 5 GHz-band dan in de 2,4 GHz-band. Een 40 MHz kanaal wordt soms een breed kanaal genoemd en een 20 MHz-kanaal een smal kanaal.

Voor uw 5GHz netwerk kiest u bij voorkeur voor de volgende instellingen:
Voor 802.11n-toegangspunten stelt u de 5 GHz-band in op 20 MHz en 40 MHz.
Voor 802.11ac-toegangspunten stelt u de 5 GHz-band in op 20 MHz, 40 MHz en 80 MHz.

Voor de beste prestaties en betrouwbaarheid schakelt u ondersteuning voor alle kanaalbreedten in. Hierdoor kunnen apparaten de grootste breedte gebruiken die ze ondersteunen, wat leidt tot optimale prestaties en betrouwbaarheid. Niet alle client-apparaten ondersteunen 40 MHz-kanalen. Schakel dus niet alleen de 40 MHz-modus in. Apparaten die alleen 20 MHz-kanalen ondersteunen, kunnen geen verbinding maken met een wifi router waarop alleen de 40 MHz-modus is ingeschakeld. U moet ook niet alleen de 80 MHz-modus inschakelen, omdat in dat geval alleen clients met ondersteuning voor 802.11ac verbinding kunnen maken. Routers die geen 40 MHz- of 80 MHz-kanalen ondersteunen, ondersteunen wel 20 MHz-kanalen.


* Bekijk ook de informatie wat betreft interferentie om te kijken of dit wellicht een oplossing biedt.